Veel organisaties zoeken houvast wanneer ze met verandering starten. Dan komen bekende modellen snel op tafel. Kotter, ADKAR en Lewin worden vaak genoemd. Ze geven taal aan iets dat anders snel vaag wordt.
Dat kan helpen.
In de praktijk zien we alleen dat verandermodellen soms worden gebruikt alsof ze de verandering zelf zijn. Er wordt gekozen voor een model, er komt een aanpak, en daarna ontstaat het gevoel dat de belangrijkste denkoefening al gedaan is.
Maar een model neemt het denken niet over.
Kotter helpt vooral om verandering te zien als een beweging die richting, urgentie en leiderschap nodig heeft.
ADKAR kijkt sterker naar het individu en naar wat iemand nodig heeft om mee te kunnen veranderen.
Lewin maakt zichtbaar dat verandering niet alleen invoeren is, maar ook losmaken en opnieuw verankeren.
Geen van deze modellen is op zichzelf verkeerd. De vraag is eerder wat de organisatie probeert te begrijpen.
In veel organisaties wordt te snel gevraagd welk model het beste is. Misschien is dat niet de meest nuttige vraag. Een betere vraag is waar de verandering vastloopt. Is er geen gedeeld gevoel van urgentie? Dan kan Kotter helpen. Begrijpen mensen wel wat er verandert, maar lukt het gedrag niet? Dan kan ADKAR bruikbaar zijn. Zit de organisatie vast in oude routines? Dan geeft Lewin een eenvoudige taal voor loslaten en opnieuw stabiliseren.
De ongemakkelijke waarheid is dat een model soms aantrekkelijk wordt omdat het orde geeft aan iets dat eigenlijk rommelig is. Het maakt verandering overzichtelijker dan ze in werkelijkheid is. Dat is begrijpelijk, maar ook riskant. Want mensen veranderen niet netjes volgens een schema.
Wat helpt, is modellen gebruiken als kijkhulpmiddel, niet als draaiboek. Ze helpen om betere vragen te stellen. Ze vervangen niet het gesprek met mensen, het waarnemen van gedrag of het maken van lastige keuzes.
Daarvoor zijn andere vaardigheden nodig dan modelkennis alleen. Leiders en veranderaars moeten kunnen beoordelen wat een situatie vraagt. Ze moeten kunnen schakelen tussen structuur en luisteren, tussen richting geven en leren uit de praktijk.
Misschien is de keuze voor een verandermodel minder belangrijk dan de vraag of we genoeg vaardigheid hebben om te zien wat er echt speelt.
“Neem meer eigenaarschap.” Het wordt vaak gezegd met goede bedoelingen. In een teamoverleg. In een functioneringsgesprek. Tijdens een verandering. Meestal..
In veel organisaties komen PMO en project portfolio management in hetzelfde gesprek terecht. Dat is begrijpelijk. Beide hebben te maken..
Een project starten voelt vaak positief. Er is energie, ambitie en een idee dat iets beter kan. Een project stoppen..
Een project voelt vaak als één lange beweging. Er is een idee, er komt een plan, mensen gaan aan het..
Zelfsturende teams mislukken zelden omdat mensen geen verantwoordelijkheid willen nemen. Dat is te eenvoudig gezegd. In veel organisaties zien we..
Je hoort in organisaties vaak dat teams “met Scrum werken”. Soms betekent dat echt Scrum. Soms betekent het vooral dat..
Project Portfolio Management (PPM) is een strategische benadering voor het beheren van een reeks projecten en programma’s binnen een organisatie…
Een project begint zelden met te weinig wensen. Meestal is er juist veel. Mensen zien kansen. Afdelingen hebben behoeften. Gebruikers..