MoSCoW-prioritering klinkt aantrekkelijk omdat het eenvoudig is. Must have, should have, could have en won’t have. Vier categorieën. Iedereen kan meedoen. Het gesprek lijkt snel duidelijker te worden.
In de praktijk werkt het soms ook goed. Zeker wanneer een groep eerst alles even belangrijk vindt. Door wensen te ordenen, ontstaat beweging. Niet alles hoeft tegelijk. Niet alles is noodzakelijk.
Maar we zien ook vaak dat MoSCoW na een tijdje zijn scherpte verliest. Bijna alles wordt een must have. Sommige should haves worden politiek gevoelig. Could haves verdwijnen in een lijst waar niemand nog naar kijkt. En won’t haves worden liever niet uitgesproken.
Dan lijkt er prioritering te zijn, maar eigenlijk is er vooral herlabeling.
Wat er echt gebeurt, is dat de moeilijke keuze wordt vermeden. MoSCoW helpt alleen wanneer mensen bereid zijn om consequenties te accepteren. Een must have betekent dat iets essentieel is. Een won’t have betekent dat iets nu niet gebeurt. Als die woorden geen echte betekenis hebben, helpt de methode niet veel.
De ongemakkelijke waarheid is dat prioriteren vaak niet vastloopt op de techniek, maar op moed. Niemand wil de stakeholder teleurstellen. Niemand wil later uitleggen waarom iets niet is meegenomen. Dus blijft alles belangrijk.
MoSCoW werkt goed wanneer de context helder is. Bijvoorbeeld voor een release, een minimale productversie of een tijdelijke scope-afbakening. Het werkt minder goed als structurele productprioritering, zeker wanneer klantwaarde, risico, kosten en strategie allemaal door elkaar lopen.
Wat helpt, is dat Product Owners leren om prioriteringsgesprekken beter te begeleiden. Niet door harder te duwen, maar door betere vragen te stellen. Wat gebeurt er als we dit niet doen? Voor wie is dit essentieel? Welke waarde verwachten we? Waar baseren we dat op?
Toegepast Productmanagement kan helpen om prioriteren minder mechanisch en meer waardegedreven te maken.
Wanneer gebruik jij MoSCoW om keuzes scherper te maken, en wanneer gebruik je het misschien om echte keuzes uit te stellen?
Wanneer resultaten achterblijven, ontstaat vaak de neiging om harder te sturen. Meer voortgangsoverleggen. Meer acties. Meer controle. Meer nadruk op..
Dat hangt vooral af van de rol die iemand heeft in verbeteren. Een Lean Yellow Belt past goed bij mensen..
Je kent het waarschijnlijk wel. Een project lijkt inhoudelijk goed opgezet. De planning klopt ongeveer, de aanpak is besproken en..
Je kent het waarschijnlijk wel. Er wordt iets besproken in een overleg. Iedereen begrijpt ongeveer wat er moet gebeuren. Er..
Escaleren klinkt vaak zwaarder dan het hoeft te zijn. Alsof er iets mis is gegaan. Alsof iemand heeft gefaald. Daarom..
Er was een tijd waarin agile vooral betekende dat teams een framework leerden. Scrumtrainingen zaten vol. Organisaties introduceerden rollen, ceremonies..
Veel organisaties hebben een projectlijst. Soms is die netjes bijgewerkt. Soms is het een document dat vooral rond vergaderingen wordt..
Veel organisaties starten enthousiast met verbeteren. Er komt een verbeterbord. Teams houden dagstarts. Er worden ideeën verzameld. De eerste acties..