Je kent het waarschijnlijk wel. Er wordt iets besproken in een overleg. Iedereen begrijpt ongeveer wat er moet gebeuren. Er wordt geknikt. Misschien zegt iemand nog: “Ja, daar moeten we iets mee.”
En daarna gebeurt er weinig.
Niet omdat mensen onverschillig zijn. Niet omdat niemand zijn werk wil doen. Maar omdat het niet echt van iemand is geworden.
Eigenaarschap op het werk gaat precies daarover. Het gaat niet alleen over taken uitvoeren. Het gaat over voelen dat iets ook jouw verantwoordelijkheid is, zelfs wanneer het niet tot op de komma is uitgeschreven.
In veel organisaties zien we dat mensen best bereid zijn om hard te werken. Ze doen wat gevraagd wordt. Ze leveren hun deel op. Ze reageren wanneer iemand iets nodig heeft. Maar zodra iets tussen functies, afdelingen of afspraken in valt, wordt het lastig.
Dan ontstaat er ruimte voor wachten.
Wachten op duidelijkheid. Wachten op toestemming. Wachten tot iemand anders beslist. Wachten tot het probleem groot genoeg wordt om officieel opgepakt te worden.
Eigenaarschap betekent niet dat iedereen overal verantwoordelijk voor is. Dat zou alleen maar onrust geven. Het betekent wel dat iemand verder kijkt dan de letterlijke taak. Iemand merkt iets op, denkt mee, spreekt iets uit, en neemt initiatief om beweging te brengen.
Dat klinkt eenvoudig. Maar in de praktijk is het best moeilijk.
Want eigenaarschap vraagt om inzicht. Je moet begrijpen wat belangrijk is, wat de impact is van je werk, en waar jouw keuzes effect hebben op anderen. Als dat ontbreekt, wordt eigenaarschap al snel een vaag woord. Dan zeggen leidinggevenden dat mensen meer eigenaarschap moeten tonen, terwijl medewerkers vooral denken: “Waarover precies?”
We zien wel eens dat eigenaarschap pas zichtbaar wordt wanneer iets misloopt. Dan valt op dat niemand zich echt verantwoordelijk voelde voor het geheel. Iedereen had misschien zijn eigen deel gedaan, maar niemand voelde zich eigenaar van de uitkomst.
Dat is een ongemakkelijke waarheid. Organisaties zeggen vaak dat ze resultaatgericht werken, maar sturen in de praktijk nog vaak op taken, rollen en goedkeuring. Dan is het niet vreemd dat mensen vooral hun taak doen.
Wat helpt, is niet harder roepen dat mensen eigenaarschap moeten nemen. Het helpt om duidelijker te maken waar mensen ruimte hebben, welke keuzes ze mogen maken, en welke impact hun werk heeft op klanten, collega’s of kwaliteit.
Daarvoor zijn persoonlijke vaardigheden nodig, zoals initiatief nemen en durven aanspreken. Maar ook professionele vaardigheden, zoals prioriteiten begrijpen en problemen concreet maken. En zeker leiderschapsvaardigheden, want eigenaarschap groeit niet in een omgeving waar elke beslissing terug naar boven moet.
Eigenaarschap ontstaat wanneer mensen begrijpen waar ze aan bijdragen en genoeg vertrouwen krijgen om daar ook naar te handelen.
Misschien is de betere vraag dus niet: nemen mensen genoeg eigenaarschap?
Maar: weten mensen eigenlijk waar ze eigenaar van mogen zijn?
Je komt binnen bij een klant en iedereen heeft haast. Er ligt een planning. Er zijn problemen. Er zijn verwachtingen…
Een projectplanning geeft rust. Tenminste, dat is de bedoeling. In de praktijk zien we ook iets anders. Planningen worden soms..
Er was een tijd waarin agile vooral betekende dat teams een framework leerden. Scrumtrainingen zaten vol. Organisaties introduceerden rollen, ceremonies..
Iedereen kent wel een overleg waarin verbeterpunten worden genoemd, maar waar daarna weinig mee gebeurt. Niet uit onwil. Vaak is..
Wie begint met projectmanagement, komt al snel veel begrippen tegen. Scope. Stakeholders. Deliverables. Mijlpalen. Risico’s. Governance. Business case. Planning. Afhankelijkheden…
Veel mensen starten met PSPO1 alsof het vooral een examen over Scrum-termen is. Ze lezen de Scrum Guide, oefenen wat..
Een klassiek projectteam begint vaak met een plan. Scope, planning, rollen, afhankelijkheden, risico’s. Dat geeft overzicht. Zeker in organisaties waar..
Een communicatieplan voor stakeholders lijkt soms een eenvoudig document. Wie krijgt welke boodschap, via welk kanaal en op welk moment?..