De termen zelforganisatie en zelfsturing worden vaak door elkaar gebruikt. In gesprekken lijkt dat geen groot probleem. Iedereen bedoelt ongeveer hetzelfde: teams die meer zelf doen.
Maar in de praktijk maakt het verschil wel uit.
We krijgen wel eens te horen van organisaties dat ze zelfsturend willen werken, terwijl ze eigenlijk vooral meer zelforganisatie bedoelen. Teams mogen dan zelf bepalen hoe ze het werk organiseren, maar de doelen, prioriteiten en kaders liggen grotendeels vast.
Dat is op zich niet verkeerd. Het kan zelfs heel gezond zijn.
Zelforganisatie gaat vaak over de manier waarop het team het werk inricht. Wie doet wat? Hoe plannen we? Hoe stemmen we af? Hoe lossen we kleine problemen op? Het team krijgt ruimte in de uitvoering.
Zelfsturing gaat meestal verder. Dan krijgt het team ook meer invloed op doelen, keuzes, verbeteringen en soms zelfs op verdeling van middelen of rollen. Het team stuurt dan niet alleen het werk, maar ook een deel van de richting.
Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar het voelt in de praktijk groot.
Een klantenserviceteam dat zelf de bezetting en taakverdeling regelt, werkt zelforganiserend. Een team dat ook zelf bepaalt welke klantproblemen prioriteit krijgen, welke verbeteringen worden opgepakt en hoe succes wordt gemeten, beweegt meer richting zelfsturing.
Wat er eigenlijk gebeurt, is dat de mate van beslisruimte verschilt. En als die beslisruimte niet helder is, ontstaat frustratie.
Teams denken dan dat ze zelf mogen sturen, maar merken dat belangrijke keuzes toch elders worden gemaakt. Leidinggevenden denken dat teams vrijheid hebben gekregen, maar zien dat teams blijven vragen om toestemming. Beide kanten raken geïrriteerd, vaak zonder dat iemand precies benoemt waar het misgaat.
De ongemakkelijke waarheid is dat sommige organisaties graag de taal van zelfsturing gebruiken, maar de echte beslisruimte niet willen of kunnen loslaten. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang men daar eerlijk over is.
Wat helpt, is precieser spreken. Niet groter maken dan het is. Een team hoeft niet volledig zelfsturend te zijn om beter te functioneren. Meer zelforganisatie kan al veel betekenen voor kwaliteit, snelheid en betrokkenheid.
Maar dan moeten mensen wel weten welke vaardigheden nodig zijn. Zelforganisatie vraagt vooral afstemming, planning, feedback en verantwoordelijkheid in het dagelijkse werk. Zelfsturing vraagt daarnaast strategisch inzicht, besluitvaardigheid en meer volwassen omgaan met onzekerheid.
Beide vragen dus ontwikkeling. Alleen op een ander niveau.
Misschien is de beste vraag niet meteen: willen we zelforganisatie of zelfsturing? Misschien is de betere vraag: welke ruimte kan dit team vandaag al goed dragen, en welke kennis of leiderschapsvaardigheid moet eerst nog groeien?
Veel mensen worden Scrum Master omdat ze graag teams helpen. Ze willen zorgen dat samenwerking beter loopt, dat blokkades verdwijnen..
In veel organisaties bestaan de rollen Product Owner en Product Manager naast elkaar. Soms werkt dat goed. Soms ontstaat er..
Agile werken kan enorm effectief zijn, maar voor teams die weinig ervaring hebben met “complexiteit”, kan het ook uitdagend zijn…
Iedere organisatie kent het moment waarop de planning op papier nog klopt, maar de praktijk niet meer meewerkt. Projecten hebben..
Soms begint verwarring met woorden. Er wordt gesproken over transformatie, adoptie, strategische herpositionering of operational excellence. De woorden zijn niet..
Wie Scrum Master wil worden, komt al snel verschillende certificaten tegen. PSM1, CSM en andere varianten. Op het eerste gezicht..
Een projectplanning geeft rust. Tenminste, dat is de bedoeling. In de praktijk zien we ook iets anders. Planningen worden soms..
Een product backlog lijkt soms op een veilige plek voor alles wat nog moet gebeuren. Ideeën, wensen, bugs, technische verbeteringen,..