Iedere organisatie kent het moment waarop de planning op papier nog klopt, maar de praktijk niet meer meewerkt. Projecten hebben deadlines. Teams hebben afspraken. Managers hebben verwachtingen. Toch blijft werk liggen, omdat dezelfde mensen overal nodig zijn.
Dat is vaak het moment waarop capaciteitsplanning belangrijk wordt.
Capaciteit is meestal een discussie die te lang uitgesteld wordt. Pas als projecten vertragen, wordt zichtbaar dat er een tekort is. Tot die tijd lijkt het alsof alles nog kan. Projectplannen zijn gemaakt, maar de beschikbaarheid van mensen is vooral aangenomen.
Portfolio capaciteit lijkt dan een detail. Er zijn immers plannen. En de planning is iets dat projectmanagers later wel afstemmen. Maar in een projectportfolio is capaciteit geen detail. Het is een van de belangrijkste grenzen waarbinnen keuzes gemaakt worden.
Wat er eigenlijk gebeurt, is dat de organisatie meer werk belooft dan ze kan dragen. Niet altijd bewust. Vaak komt het doordat ieder project apart haalbaar lijkt. Maar samen vormen ze een belasting die niemand meer goed overziet.
De ongemakkelijke waarheid is dat mensen vaak als percentage worden gepland, terwijl ze in de praktijk met hun aandacht betalen. Iemand kan op papier voor vier projecten beschikbaar zijn, maar dat betekent niet dat die persoon ook vier keer goed kan schakelen, meedenken en besluiten nemen.
Capaciteitsplanning gaat dus niet alleen over uren. Het gaat ook over schaarse kennis, besluitkracht en focus. Een technisch expert, procesdeskundige of senior manager kan op papier maar een kleine rol hebben, maar in werkelijkheid de voortgang van veel projecten bepalen.
Wat helpt, is capaciteit zichtbaar maken op portfolioniveau. Welke teams zijn structureel overbelast? Welke rollen zijn schaars? Waar zitten afhankelijkheden? En welke projecten moeten wachten omdat de juiste mensen simpelweg niet beschikbaar zijn?
Daarvoor zijn vaardigheden nodig. Persoonlijk vraagt het eerlijkheid over grenzen. Professioneel vraagt het om plannen realistischer te maken dan wenselijk voelt. Leiderschap vraagt om capaciteit niet steeds op te rekken, maar keuzes te maken die uitvoerbaar zijn.
Een portfolio zonder capaciteitsbeeld geeft vaak een vals gevoel van controle. Het laat zien wat de organisatie wil doen, maar niet of ze het ook kan dragen.
Welke kennis moeten managers en projectleiders ontwikkelen om capaciteit niet achteraf te verklaren, maar vooraf mee te nemen in betere keuzes?
Lean wordt vaak verkeerd begrepen. Dat is niet vreemd. Het woord wordt veel gebruikt, soms te makkelijk, en vaak in..
Product Owners werken zelden alleen met één team en één duidelijke opdrachtgever. Meestal zijn er meerdere stakeholders. Sales wil snelheid…
In veel organisaties ontstaat een PMO vanuit een logische behoefte. Projecten lopen door elkaar, prioriteiten veranderen voortdurend en niemand heeft..
Er was een tijd waarin agile vooral betekende dat teams een framework leerden. Scrumtrainingen zaten vol. Organisaties introduceerden rollen, ceremonies..
Veel organisaties willen iets met Lean, continu verbeteren of procesverbetering. Dan komt al snel de vraag op welke opleiding of..
Niet elke productverbetering zorgt voor evenveel tevredenheid. Sommige dingen vallen pas op als ze ontbreken. Andere dingen maken gebruikers blij..
Bij projecten denken velen meteen aan stress en het aansturen van mensen. En dat is ook best een deel ervan…
PRINCE2 en Scrum worden vaak tegenover elkaar gezet. Alsof je moet kiezen tussen controle en wendbaarheid. In de praktijk ligt..