Lean Practitioner certificaat

Lean Practitioner certificaat

De lean practitioner wordt ook wel de Green belt level 2 genoemd.

Doel hiervan is om aan te tonen dat je, na te slagen in jouw lean green belt examen, ook die kennis in de praktijk kan zetten. Tot nu toe is immer alleen jouw theoretische kennis getoetst.

Tijdens dit traject wordt je ondersteund door een coach. Dit is een professional met jaren ervaring als minimaal Lean Black Belt. Je kan kiezen in het format coaching dat je verkiest. De prijszetting gaat gepaard met de intensiteit van de coaching:

CoachingpakketWanneer passendVanafprijs excl. btw
4 uurBij sterke kandidaat met goed afgebakend project en met interne begeleiding aanwezig€650
6 uurErvaren kandidaat met een nog af te bakenen traject en beperkte interne begeleiding€950
9 uurBeste keuze voor serieuze begeleiding tot certificering€1.350
12 uurComplexer project, weinig interne Lean-ervaring, verwacht weerstand intern, meer risico op uitloop€1.900

Voor het behalen van het praktijkcertificaat Lean Green Belt toont de kandidaat aan dat hij/zij Lean-methoden effectief heeft toegepast op een reëel procesprobleem. De verbetering moet aantoonbaar aansluiten bij de strategische of operationele doelen van de organisatie en onderbouwd zijn met een A3-rapport, nulmeting, nameting en relevante Lean-tools. De kandidaat maakt ook gebruik van de relevante onderliggende tools, zoals bijvoorbeeld (en niet uitsluitend) A3, VSM, 5 Why, Ishikawa, Pareto, FMEA, SIPOC, CTQ-flowdown, meetplan of control plan.

Er zijn 3 routes om dit aan te tonen:

RoutePraktijkeis
Route A — Financiële impactEen afgerond verbeterproject met aantoonbare jaarlijkse impact van minimaal €25.000, gevalideerd door finance/controller.
Route B — CTQ/procesprestatieEen afgerond verbeterproject met aantoonbare significante verbetering op een relevante CTQ of procesprestatie, bijvoorbeeld doorlooptijd, foutpercentage, first time right, veiligheid, klanttevredenheid, WIP, productiviteit of leverbetrouwbaarheid.
Route C — Kaizen-ketenEen afgerond verbeterproject met aantoonbare significante verbetering op een relevante CTQ of procesprestatie, bijvoorbeeld doorlooptijd, foutpercentage, first time right, veiligheid, klanttevredenheid, WIP, productiviteit of leverbetrouwbaarheid.

Formele eisen

De verplichte onderdelen voor alle praktijkroutes zijn opgesteld vanuit de logica dat elke kandidaat een A3-rapport inlevert met onderliggende documentatie. De beoordeling gebeurt op basis van de kwaliteit van het verbeterproces, de onderbouwing, de toepassing van Lean-denken en het aantoonbare resultaat.

  1. Het A3-rapport vormt de centrale onderbouwing van het praktijkcertificaat. Het rapport bevat minimaal:
    • Probleemstelling
      Een duidelijke beschrijving van het probleem, inclusief waar, wanneer, voor wie en met welk effect het probleem optreedt.
    • Huidige situatie
      Een feitelijke weergave van het bestaande proces, ondersteund met observaties, data, procesvisualisaties of andere relevante informatie.
    • Doelconditie
      Een concrete beschrijving van de gewenste situatie. De doelconditie moet haalbaar, meetbaar en relevant zijn voor het proces.
    • Analyse
      Een onderbouwde analyse van de oorzaken van het probleem. De gekozen analysetools moeten passen bij de aard van het probleem.
    • Tegenmaatregelen
      Een beschrijving van de gekozen verbetermaatregelen en waarom deze logisch voortkomen uit de analyse.
    • Implementatie
      Bewijs dat de verbetermaatregelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd in de praktijk.
    • Resultaat
      Een vergelijking tussen de nulmeting en nameting, inclusief interpretatie van het effect.
    • Borging
      Een beschrijving van hoe de nieuwe werkwijze wordt vastgehouden en opgevolgd.
  2. Nulmeting en nameting zijn bij voorkeur objectief en kwantitatief. Wanneer dit niet volledig mogelijk is, mag de kandidaat gebruikmaken van visuele, kwalitatieve of observationele onderbouwing, mits de meetmethode transparant en verdedigbaar is. Het doel is dat de kandidaat aantoont:
    • wat de beginsituatie was;
    • welke meetmethode is gebruikt;
    • hoe de gegevens zijn verzameld;
    • wat er na implementatie is veranderd;
    • welk effect de verbetering heeft gehad.
    • Voorbeelden van mogelijke metingen zijn:
      • doorlooptijd;
      • wachttijd;
      • foutpercentage;
      • first time right;
      • aantal klachten;
      • WIP / onderhanden werk;
      • productiviteit;
      • leverbetrouwbaarheid;
      • veiligheid;
      • medewerkerbelasting;
      • klanttevredenheid.
  3. Strategische of operationele link waarbij de verbetering aantoonbaar bijdraagt aan een relevant doel van de organisatie. Een verbeterproject zonder duidelijke link met organisatiedoelen komt niet in aanmerking voor praktijkcertificering. Dit kan een strategisch doel zijn, maar ook een concreet operationeel doel binnen een team, afdeling of waardestroom. De kandidaat maakt duidelijk hoe het project bijdraagt aan één of meerdere van de volgende domeinen:
    • klantwaarde;
    • kwaliteit;
    • doorlooptijd;
    • veiligheid;
    • kosten;
    • betrouwbaarheid;
    • flexibiliteit;
    • medewerkerbelasting;
    • werkplezier;
    • continuïteit van dienstverlening;
    • compliance of risicobeheersing.
  4. Gebruik van passende Lean-methoden. De kandidaat hoeft niet alle Lean-tools toe te passen. Wel moet duidelijk zijn dat de gekozen tools passen bij het probleem en op de juiste manier zijn gebruikt. De beoordeling richt zich niet op het aantal gebruikte tools, maar op de kwaliteit en relevantie van de toepassing. Dus moet de kandidaat kunnen toelichten:
    • waarom bepaalde tools zijn gekozen;
    • hoe de tools zijn toegepast;
    • wat de tools hebben opgeleverd;
    • hoe de uitkomsten hebben geleid tot betere beslissingen.
    • Voorbeelden van mogelijke methoden zijn:
      • A3;
      • SIPOC;
      • VOC / CTQ;
      • Kano;
      • Gemba / Genchi Genbutsu;
      • 5S;
      • Value Stream Mapping;
      • Flowchart;
      • Spaghetti diagram;
      • 5 Why;
      • Ishikawa;
      • Pareto;
      • FMEA;
      • Poka-yoke;
      • Kanban;
      • SMED;
      • Standaard werk;
      • Visueel management;
      • Kaizen; Stakeholderanalyse;
      • Nemawashi.
  5. Borging van de verbetering is essentieel in de geest van continue verbeterint en lean denken. Een verbetering telt pas mee wanneer ze is ingebed in de dagelijkse praktijk. De kandidaat toont aan hoe terugval wordt voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door:
    • Een nieuwe of aangepaste standaard;
    • Werkinstructie;
    • Visueel management;
    • Dagstart- of overlegstructuur;
    • Proceseigenaar;
    • Opvolg-KPI;
    • Audit of controlemechanisme;
    • Control plan;
    • Training of overdracht aan betrokken medewerkers.
    • Borging betekent dat duidelijk is:
    • Wie eigenaar is van de nieuwe werkwijze;
    • Hoe de werking wordt opgevolgd;
    • Wanneer wordt ingegrepen bij afwijkingen;
    • Hoe de verbetering onderdeel wordt van het normale werk.
  6. De kandidaat voegt een korte reflectie toe op het verbetertraject. Deze reflectie is belangrijk omdat Lean Green Belt niet alleen gaat over het toepassen van tools, maar ook over leren, experimenteren en verbeteren in de praktijk.Minimaal wordt ingegaan op:
    • Wat de kandidaat heeft geleerd;
    • Wat goed werkte;
    • Wat niet werkte;
    • Welke aannames onjuist bleken;
    • Welke weerstand of obstakels zijn tegengekomen;
    • Wat overdraagbaar is naar andere processen;
    • Wat een volgende verbeterstap zou zijn.
9.1
Reviews
★★★★☆
9.1
174 reviews
Bekijk reviews