Een organisatie besluit om met zelfsturende teams te werken. Vaak begint dat met een goed gevoel. Minder lagen. Meer verantwoordelijkheid. Sneller handelen. Meer betrokkenheid.
Dat klinkt aantrekkelijk.
In de praktijk zien we vaak dat de invoering begint met een structuurverandering. Teams worden anders ingedeeld. Rollen worden herschreven. De leidinggevende krijgt een andere titel of verdwijnt deels uit het dagelijks werk. Er komen nieuwe overlegmomenten, nieuwe afspraken en soms ook nieuwe dashboards.
Maar na een paar maanden ontstaat er spanning. Sommige teams pakken het goed op. Andere blijven wachten op richting. Besluiten blijven liggen. Mensen zijn onzeker over hun ruimte. Leidinggevenden merken dat ze toch weer gaan ingrijpen, vaak omdat het anders te traag of te rommelig wordt.
Wat er eigenlijk gebeurt, is dat zelfsturing niet alleen een organisatievorm is. Het is ook een manier van werken die mensen moeten leren.
Daar wordt soms te snel overheen gestapt. Alsof een nieuw organigram ook nieuw gedrag veroorzaakt. Maar een team dat jarenlang gewend is aan duidelijke instructies, wordt niet vanzelf zelfsturend omdat iemand zegt dat het vanaf nu zo werkt.
Zelfsturende teams invoeren vraagt eerst helderheid. Waarover mag het team zelf beslissen? Waarover niet? Welke resultaten moeten behaald worden? Welke grenzen zijn hard? Waar is overleg nodig? En hoe wordt zichtbaar of het goed gaat?
Daarna komt gedrag. Teams moeten leren om werk te verdelen, lastige gesprekken te voeren, besluiten te nemen en elkaar aan te spreken. Dat zijn geen kleine dingen. Zeker niet wanneer mensen elkaar al lang kennen of wanneer er oude patronen zijn ontstaan.
Een concrete valkuil is dat autonomie vooral wordt gegeven aan de meest mondige mensen. Zij nemen het voortouw, terwijl stillere collega’s afhaken. Dan lijkt het team zelfsturend, maar in werkelijkheid ontstaat er informele hiërarchie. Niet altijd zichtbaar, wel voelbaar.
Een andere valkuil is dat leidinggevenden te snel verdwijnen. Ze willen niet meer controleren, maar laten daardoor ook te weinig richting zien. Het team krijgt ruimte, maar mist houvast.
De ongemakkelijke waarheid is dat zelfsturing soms wordt gebruikt als besparing op leiding, terwijl het juist vraagt om beter leiderschap. Minder dagelijks sturen betekent niet minder aandacht. Het betekent andere aandacht.
Wat helpt, is klein beginnen. Niet meteen alles overdragen, maar onderzoeken welke beslissingen het team al goed kan nemen. Daarna kan de ruimte groeien. Niet op basis van hoop, maar op basis van ontwikkeling.
Zelfsturende teams invoeren gaat dus niet alleen over structuur. Het gaat over persoonlijke vaardigheden, professionele volwassenheid en leiderschap dat kan meebewegen.
Welke stap in zelfsturing vraagt bij jullie team eerst om meer kennis of vaardigheid, voordat er meer verantwoordelijkheid bij kan?
Er zijn momenten waarop je team vragen stelt waar jij geen goed antwoord op hebt. Wanneer gaat dit precies gebeuren?..
Verandering klinkt vaak groter dan het in de praktijk voelt. Er is een nieuw systeem, een andere manier van werken,..
Je hoort in organisaties vaak dat teams “met Scrum werken”. Soms betekent dat echt Scrum. Soms betekent het vooral dat..
Een communicatieplan voor stakeholders lijkt soms een eenvoudig document. Wie krijgt welke boodschap, via welk kanaal en op welk moment?..
Weerstand voelt vaak als iets dat opgelost moet worden. Iemand wil niet mee. Een team stelt kritische vragen. Een manager..
Escaleren klinkt vaak zwaarder dan het hoeft te zijn. Alsof er iets mis is gegaan. Alsof iemand heeft gefaald. Daarom..
In veel organisaties ontstaat op een bepaald moment dezelfde situatie. Er lopen veel projecten, iedereen is druk, er wordt hard..
Veel nieuwe Green Belts starten met dezelfde energie. Er is enthousiasme, er zijn ideeën en vaak ook de druk om..